Puur, betrokken …

Vraagtekens bij Katholiek geloof

door | 12 okt 2022

Misbruik in de katholieke kerk, het niet accepteren van homoseksualiteit, dwangarbeid in kloosters en voorbehoedsmiddelen als immoreel zien. Aannames en gebeurtenissen vanuit het geloof die mij tegen de borst stoten. Elke keer als ik weer zoiets hoor of lees kan ik me niet voorstellen dat hiervoor weggekeken is en dat het überhaupt gebeurde. Maar waarom ben ik dan nog steeds niet uitgeschreven uit de katholieke kerk?

Die vraag heb ik mij in de loop van de jaren vaker gesteld en ik werd er opnieuw mee geconfronteerd bij het lezen van het aangrijpende boek ‘Lief Wezen’. Deze keer wil ik mijn vraag nader onderzoeken en besluit contact op te nemen met de schrijfster en de hoofdpersoon uit het boek. Ook bespreek ik mijn twijfels met zuster Marijke (38) en broeder Essing (87).

Lief Wezen
In het boek ‘Lief Wezen’ tekent schrijfster Wieke Hart het leven op van Rita Scherkeboer (76). Rita groeit op in Amsterdam, midden op de Wallen. Het zijn de roerige jaren vijftig en zestig. Ze wordt vanaf jonge leeftijd mishandeld door haar moeder en belandt verschillende keren in het klooster. Een veilige haven, dacht Rita, haar tante was tenslotte ook non, maar niets bleek minder waar. Zo werd ze geestelijk en lichamelijk uitgebuit door de Zusters van de Goede Herder, die haar drie jaar lang dwangarbeid lieten verrichten. Deze ervaringen tekenen haar leven en haar kijk op het geloof. “Ik ben niet meer gelovig, er is te veel gebeurd.”

Een treurig verhaal en ik vraag haar hoe het nu met haar gaat. “Ik heb een rustig leven en geniet van de reuring om mij heen. Ik heb altijd liefde gemist en het is fijn om nu voor anderen te kunnen zorgen en mijn liefde te delen. Ik ga morgen op mijn acht maanden oude achterkleinkind passen. Die blijft slapen, dat vind ik geweldig.”

Gelukkig lukt het Rita om toch te genieten en het verleden niet de overhand te laten krijgen. Ze vertelt dat ze moeite heeft gedaan om haar tijd in het klooster een plek te geven. Zo heeft ze, toen haar kinderen nog klein waren, toch een bezoek aan een klooster gebracht. Rita hierover: “Ik kreeg meteen weer het gevoel gevangen te zijn en werd angstig. Ook werd ik heel beschermend naar mijn kinderen toe. De zusters mochten absoluut niet over de kopjes van de kinderen aaien.” Ik kan me de gevoelens van Rita voorstellen, ze is zo intens gekwetst.

Een andere tijd
Ik vertel schrijfster Wieke en Rita dat ikzelf juiste warme jeugdherinneringen heb aan de kerk. Mijn vader was kerkdirigent en organist. Mijn zus en ik zaten in zijn kerkkoor, ik was misdienaar en tijdens feestdagen waren we uiteraard ook in de kerk te vinden. Ik herinner mij Pasen nog waarbij wij, als kinderen, eieren in de tuin van de pastorie gingen zoeken. Dat vonden we prachtig en heel gezellig. Door mijn opvoeding zijn de uitgangspunten van het katholieke geloof in mij ingebed als mens en hoe ik tegen andere mensen aankijk. Daarnaast zie ik dat de kerk en het klooster, in deze tijd, wel een plek kan zijn waar rust heerst en er veel liefde te geven is.

Mijn positieve herinneringen veranderen niets aan de misstanden in de afgelopen decennia en de moeite die de kerk nog steeds heeft om zich daarover uit te spreken. Zuster Marijke zegt hierover: “Wat er in die tijd is gebeurd speelt gelukkig nu niet meer of bijna niet meer. Het had veel met onmacht en macht te maken. In die tijd werd alles onder het kleed geschoven en niet alleen in de kerk, maar overal. Er werd niet gesproken over emoties en gevoelens. Het is vreselijk dat juist mensen die bij de kerk heil zochten misbruikt werden. Dat had natuurlijk nooit mogen gebeuren. Waar moet je anders je heil nog zoeken? Onze God is een God van liefde. Ik vind het belangrijk dat deze misstanden benoemd worden, voor de slachtoffers, maar ook om te laten zien dat religieuzen van nu er echt anders instaan.”

Eenzelfde soort gesprek heb ik met broeder Essing. Ik spreek hem omdat zijn kerk tijdens de Amsterdam Pride Week in de regenboogkleuren is gezet. Iets waarmee ze duidelijk een statement maken. Broeder Essing is al heel jong ingetreden en heeft zich in de loop van de jaren ook veel vragen gesteld en staat open voor die van mij. Zijn manier van spreken over homoseksualiteit, het celibaat en zijn kijk op vrouwen in de kerk was verrassend eerlijk en verhelderend. Zijn openheid en die van zuster Marijke raken mij en geven mij hoop. Ik besef ook hier, dat ik niet alle religieuzen over een kam moet scheren.

Keuze
Voor mij is het geloof vooral iets spiritueels en niet per se verbonden aan één geloof of een God. De worsteling die ik had komt, weet ik nu, niet alleen voort uit de misstanden en keuzes van de katholieke kerk. Ook de warme herinneringen uit mijn jeugd en daarmee aan mijn inmiddels overleden vader spelen hierbij een rol.

Rationeel heeft dat natuurlijk niets te maken met mijn keuze om wel of niet ingeschreven te blijven in de kerk. Want tenslotte kan ik dat warme gevoel en die vroege, positieve herinneringen behouden, los van wel of niet ingeschreven staan. Toch is het gevoelsmatig wel een belangrijk besluit. Het voelt alsof ik daarmee ook een stukje van onze gezamenlijke belevenis, die van mijn vader en mij, doorspoel en wegvaag. Wie weet kom ik tot een punt waarbij ik zeg: dit kan ik los van elkaar zien. Tot die tijd laat ik het allebei bestaan. Het instituut kerk met zijn negatieve en positieve kanten en mijn persoonlijke belevenis en ervaringen die uitsluitend warm en prettig zijn.

De gesprekken met Wieke, Rita, zuster Marijke en broeder Essing waren waardevol en inspirerend. De veerkracht van Rita, die zelfs openstaat voor een ontmoeting met zuster Marijke, is bewonderingswaardig en de openheid van zuster Marijke en broeder Essing hartverwarmend. Het was een mooie zoektocht.