Toekomstdromen Annick, 15 jaar


Ik wil dit jaar nog leniger worden. De overslag vind ik het leukst om te doen. Op school vind ik koken en verzorging de fijnste vakken. Daar leer je dingen die handig zijn voor later. Je leert onder andere over het lichaam, hoe dat zich ontwikkelt en hoe je dat bijhoudt.

Later wil ik kapster worden. Nu oefen ik al regelmatig op mijn vriendin. Dan maak ik een vissengraat, knot, of zijvlecht in haar lange haar. Mijn nicht is kapster. Van haar wil ik leren hoe je met mensen omgaat. Het leukste aan het kappersvak is dat je met haren bezig bent. Dat geeft een goed gevoel. Je concentreert je en alles wat in je hoofd zit is weg.

Mijn vriend Stan zit hier ook op school. Voor mijn verjaardag kreeg ik een hangertje met een hartje van hem. Hij is heel lief en beschermt mij. We praten ook veel met elkaar. Als iets moeilijk is, dan lossen we het samen op. Stan vertelt soms mooie verhaaltjes over de toekomst. Bijvoorbeeld dat ik later achter de kinderwagen sta. Dat vind ik heel lief van hem.

Mijn vader is overleden aan longkanker toen ik vier was. Nu heb ik een stiefvader. Dat bevalt goed, maar het voelt anders, hij is meer een vriend. De fijnste herinnering aan mijn vader is dat hij altijd gezellig met mij ging fietsen en heel veel om mij gaf. Natuurlijk had ik het liefst gewild dat hij mij groot had zien worden. Maar hij kijkt echt wel mee. Ik voel hem nog steeds, van binnen. Papa gaat met mij mee naar de toekomst